Snouck van Loosenpark

Met de dood van Maria Mar­garetha Snouck van Loosen stierf de fam­i­lie Snouck van Loosen in directe lijn uit. Zij had in haar tes­ta­ment bepaald dat een groot deel van het fam­i­liekap­i­taal ‘teruggegeven’ moest wor­den aan de stad. Nauwkeurig had zij beschreven dat er niet alleen een boerder­ij, een bejaar­den­huis en een evan­ge­lisatiege­bouw moesten komen, maar ook huisvest­ing voor arbei­der­s­gezin­nen. En uit­er­aard een fonds om al deze voorzienin­gen in stand te houden.

In 1897, twaalf jaar na haar dood, werd het Snouck van Loosen­park geopend. Het had zolang gedu­urd omdat de neven en nicht­en een pro­ces tegen het tes­ta­ment aanspan­den.

Uit het fonds waren niet alleen de vijftig arbei­der­swonin­gen, en een opzichter­swon­ing, betaald, maar ook de totale aan­leg van het park met de beplant­i­ng, de vijver en de tuin­t­jes.

Het hele com­plex was een ontwerp van Posthu­mus Mey­jes. Deze archi­tect, die al eerder voor Maria Mar­garetha had gew­erkt, was een soci­aal bewogen bouw­er. Hij was lid van de Provin­ciale Stat­en, van de Ams­ter­damse gemeen­ter­aad en lid van het Burg­er­lijk Armenbestu­ur in Ams­ter­dam.

Aan de huizen van het Snouck van Loosen­park is zijn sti­jl duidelijk te herken­nen: het typ­isch negen­tiende-eeuwse eclec­ti­cisme. Uit alle peri­odes en lan­den werd wat geleend. De boog­jes boven de ramen bijvoor­beeld ver­wi­jzen naar de Renais­sance, de dakvorm naar de Zwit­serse chalets. De kleine luik­jes naast de deuren dien­den om het wis­se­len van de poep­ton­net­jes te verge­makke­lijken.

Het ter­rein waarop het park is aan­gelegd was een braak liggend stuk land. Ooit waren hier havens, maar in de loop van de negen­tiende eeuw was het zuidelijk havenge­bied afgedamd en drooggelegd. Men had nog de hoop gehad dat er geld te ver­di­enen viel met ‘gol­vend graan en grazende koeien’ maar veel was daar niet van terecht­gekomen. Vanaf de Wil­helminabrug zijn een aan­tal voor­ma­lige bier­brouw­er­i­jen te zien.

Dijk 82 heeft een gevel­steen: ‘De Hulk met de Ster’. Deze brouw­er­ij was al in 1560 opgericht. In 1666 zijn er klacht­en van schip­pers: De Hulk met de Ster had stink­end en niet drinkbaar bier geleverd. Een onpret­tige ont­dekking als je mid­den op zee zit.